10% aangepaste woningen bij nieuwe sociale bouwprojecten

25-09-2015
-
Nieuws over wonen

In confrontatie met de vergrijzing van de bevolking en de evolutie naar vermaatschappelijking van zorg, pleit Vlaams volksvertegenwoordiger Katrien Schryvers voor meer aangepaste woongelegenheden voor mensen met een zorgbehoefte in het aanbod van de sociale huisvestingsmaatschappijen. Op vandaag blijkt het aanbod veel te laag om aan de noden te verhelpen. Daarom stelt Schryvers een inhaalbeweging voor: een quotum van 10% aangepaste woongelegenheden in nieuw te realiseren sociale woonprojecten moet.

 

Omdat er geen cijfers bestaan over het aantal sociale huurwoongelegenheden die zijn aangepast aan mensen met fysieke beperkingen, organiseerde Vlaams volksvertegenwoordiger Katrien Schryvers zelf een bevraging bij de 90 sociale huisvestingsmaatschappijen in Vlaanderen die woningen verhuren. In totaal verhuurden de 44 sociale huisvestingsmaatschappijen die deelnamen aan de bevraging 67.878 sociale woningen (dd. 30 juni 2015). Daarvan bleken slechts 1.246 woningen, of 1,8%, aangepast voor bewoners met een fysieke beperking. Twee West-Vlaamse maatschappijen vormen een uitzondering, nl. de Zuid-West-Vlaamse sociale huisvestingsmaatschappij (69 aangepaste woongelegenheden op een totaal van 498 (14%)) en ‘Ons Dorp’ uit Menen 286 aangepaste woongelegenheden op een totaal van 1.014 (28%)).

 

Tabel - Aantal aangepaste woningen in vergelijking met totaal aantal woongelegenheden

Provincie

N

Totaal aantal

woongelegenheden

Aangepaste

woongelegenheden

%

Antwerpen

11

19.725

222

1,1

West-Vlaanderen

14

16.620

579

3,5

Oost-Vlaanderen

10

20.877

277

1,3

Limburg

4

6.507

105

1,6

Vlaams Brabant

5

4.149

63

1,5

Totaal

44

67.878

1.246

1,8

 

“1,8% is bitter weinig,” vindt Schryvers, “Hoewel heel wat SHM’s aangaven dat ze nu bij nieuwbouw of renovatie toch ook inspanningen doen om bijkomend aangepaste woningen te creëren, is dit niet algemeen en wordt er ook geen eenduidige lijn gevolgd. Daarom vind ik  dat er duidelijkere beleidslijnen moeten komen.  Zo zou bij nieuwe projecten van sociale verhuurmaatschappijen minstens 10% van de woningen  aangepast moeten zijn aan mensen met een fysieke beperking.”

 

De argumenten van Schryvers zijn de vergrijzing van de bevolking en de vermaatschappelijking van zorg. Van de 139.500 sociale huurwoningen in Vlaanderen die thans bewoond zijn, worden er 62.668 (44,9%) verhuurd aan 60-plussers. 19,46% van de kandidaat-huurders is thans ouder dan 60 jaar. In 2030 zal in het Vlaams Gewest 25% van de bevolking ouder zijn dan 65 en tegen 2050 moet het Vlaams Gewest rekening houden met 11% 80-plussers. “Het is geen geheim dat met een stijgende leeftijd ook fysieke ongemakken gepaard gaan. Een aangepaste woning is dan een basisvoorwaarde om zelfstandig te kunnen blijven wonen,” benadrukt Katrien Schryvers.

 

Tussen vandaag en 2025 worden 37.500 extra sociale huurwoningen voorzien, zo’n 3.400 per jaar. Om in 2025 nog maar te komen tot een totaal van 5% aangepaste woningen (9.300 op het totaal van 186.600) is een aangroei van 6.800 aangepaste woongelegenheden nodig ten opzichte van vandaag. Dat is niet minder dan 18% van het totaal aantal voorziene woningen. “Een quotum van minstens 10% is dus geenszins overdreven,” vindt Schryvers, “Dat zou betekenen dat er tussen nu en 2025 3.750 bijkomende aangepaste sociale huurwoningen worden gerealiseerd. Zo komt het totaal op 6.250, of 3,3% van het totale sociale huurpatrimonium.”

 

Schryvers begrijpt dat het bij renovatieprojecten moeilijker is om aan dergelijk quotum te kunnen voldoen. “Minstens moeten voor deze investeringen inspanningsverbintenissen worden opgelegd aan de maatschappijen, zodat ook bij renovatie de nodige aandacht wordt gegeven aan het creëren van bijkomende aangepaste woongelegenheden,” vindt zij.