Aantal ingeschreven kinderen in verblijfsregister blijft beperkt

03-04-2017
-
Nieuws over kinderen

Sinds begin vorig jaar hebben gemeenten de mogelijkheid om een verblijfsregister voor kinderen van gescheiden ouders te openen. Uit een rondvraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Katrien Schryvers blijkt dat tot dusver 92 % van de  gemeenten in de provincie Antwerpen over zo’n verblijfsregister beschikt. Op zich is dat een goede zaak, maar er is nog ruimte voor verbetering. Het aantal inschrijvingen per gemeente ligt immers nog heel laag. Wellicht zijn nog lang niet alle afzonderlijk wonende ouders voldoende geïnformeerd over het bestaan en de mogelijke  voordelen van het verblijfsregister.

 

Een burger kan maar in één gemeente gedomicilieerd zijn. Dat kon bijvoorbeeld tot problemen leiden bij kinderen die vallen onder het (populair) stelsel van co-ouderschap in het kader van een (echt)scheiding. Heel wat gemeenten kennen bijvoorbeeld kortingen toe aan de eigen inwoners, onder meer voor sportactiviteiten, speelpleinwerking of andere ontspanningsmogelijkheden. Om dit probleem de wereld uit te helpen, werd in januari 2016 aan gemeenten de mogelijkheid gegeven om een verblijfsregister te openen. Schryvers lanceerde dit idee al in 2008 via een wetsvoorstel, toen ze nog federaal parlementslid was. Een verblijfsregister geeft aan een ouder de kans om zijn/haar kind ook in de eigen gemeente te registreren, zelfs al is het in de gemeente van de andere ouder gedomicilieerd. Op die manier kan die ouder voor zijn of haar kind toch beroep doen op bepaalde gemeentelijke voordelen. In onze provincie zegt een derde van de gemeenten expliciet voordelen toe te kennen op basis van een inschrijving in het verblijfsregister. Bovendien is de inschrijving in een verblijfsregister een vorm van erkenning voor de co-ouder die zijn kind niet bij zich thuis gedomicilieerd heeft staan, maar het wel opvangt en opvoedt. Schryvers benadrukt wel dat het verblijfsregister geen andere fiscale of sociale rechten opent.

 

Een jaar na de lancering ging Schryvers samen met federaal collega Sonja Becq na in hoeverre het verblijfsregister reeds ingeburgerd is. Blijkt dat 78 % van de Vlaamse gemeenten (239 op 308) reeds gebruik maakt van een verblijfsregister. In België zijn er in totaal zo’n 2.038 kinderen geregistreerd in het verblijfsregister van een gemeente.

Dat bijna acht op tien Vlaamse steden en gemeenten maken gebruik van het verblijfsregister, is natuurlijk een goede zaak. In de provincie Antwerpen loopt dat volgens mijn bevraging op tot 92 %. Toch moeten we vaststellen dat het aantal geregistreerde kinderen per gemeente nog heel laag ligt. In heel Vlaanderen zijn gemiddeld vijf kinderen per gemeente ingeschreven. In onze provincie gaat het om gemiddeld 7,49 kinderen per gemeente. Het is dus duidelijk dat het potentieel van zo’n register nog niet ten volle is benut. Wellicht zijn heel wat co-ouders nog niet op de hoogte van het bestaan van een verblijfsregister en de mogelijkheden ervan in hun gemeente.

 

Schryvers ziet hierin een taak weggelegd voor de lokale besturen. Tot nu informeerden slechts 30% van de Antwerpse gemeenten hun inwoners over het verblijfsregister. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er veel mensen vragen over hebben of de mogelijke voordelen niet kennen.” Zo is het voor velen niet duidelijk welke stappen ze dienen te ondernemen of welke documenten ze moeten voorleggen om hun kind te registreren.

 

Bovendien is het de vraag of de mogelijkheden van dit register op termijn niet kunnen uitgebreid worden. Een vermelding of het verblijf bij helften verdeeld is dan wel of er een andere regeling is, kan het verblijfsregister naar de toekomst meer mogelijkheden geven. Denk aan kortingen op Vlaams niveau, zoals bijvoorbeeld op de waterfactuur, die dan meer gelijkmatig kunnen verdeeld worden over ouders die gescheiden wonen.

 

Tot slot is het verblijfsregister ook belangrijk omwille van veiligheidsoverwegingen. Het register biedt de lokale overheid en de veiligheidsdiensten namelijk een beter zicht op het feitelijk verblijf. Dat kan van levensbelang zijn bij een brand in of instorting van een woning.