Capaciteit kinderopvang optimaliseren

07-01-2019
-
Nieuws over kinderen

CD&V wil organisatoren van groepsopvang op bepaalde momenten meer kindjes laten opvangen dan het aantal waarvoor ze vergund zijn. “Uiteraard zonder het decretaal vastgestelde maximum aantal kindjes per begeleider te overschrijden, en zonder boven het toegestane maximale jaargemiddelde van bezetting uit te komen,” verduidelijkt Vlaams volksvertegenwoordiger Katrien Schryvers die daarover een conceptnota indient, “Op die manier kunnen we op een relatief eenvoudige manier een aantal bijkomende plaatsen binnen de kinderopvang creëren en kunnen opvanglocaties makkelijker de nodige flexibiliteit leveren die ouders nodig hebben.”

 

Momenteel zegt de regelgeving dat er maximaal evenveel kinderen tegelijk aanwezig mogen zijn in de groepsopvang van baby’s en peuters als het aantal plaatsen waarvoor de opvanglocatie een vergunning heeft. CD&V wil voor organisatoren van groepsopvang echter de mogelijkheid creëren om op bepaalde dagen en momenten tot twintig procent méér kinderen op te vangen dan dat er vergunde plaatsen zijn.

 

“Dat betekent dat een organisator met een vergunning voor 20 opvangplaatsen wel degelijk op dagbasis maximaal 24 kindjes mag opvangen. Op jaarbasis moet de organisator zich wel blijven houden aan het maximum van 20 kindjes. Bovendien mag de maximale leefgroepgrootte van achttien kinderen nooit overschreden worden en mogen er per aanwezige kinderbegeleider nooit meer kindjes aanwezig zijn dan het decretaal bepaalde maximum. Dat zijn immers belangrijke elementen voor een kwalitatieve opvang. In de groepsopvang wordt gestreefd naar maximaal zeven aanwezige kinderen per kinderbegeleider.

 

Het voorstel van CD&V heeft enkel betrekking op de groepsopvang of de grotere ‘crèches’. Het voorstel verandert niets aan het geldende maximum van acht aanwezige kinderen in de gezinsopvang, beter bekend als de onthaalouders.

 

Overbezetting mogelijk maken is om verschillende redenen een vraag vanuit de sector. Ten eerste maken de huidige regels en het feit dat er afwisselend periodes zijn van meer of minder vraag naar opvang, dat een organisator van groepsopvang op jaarbasis nooit de optimale bezetting van 100 procent kan benaderen. Zo bedroeg in 2016 het gemiddelde prestatiepercentage (effectieve aanwezigheden) in de groepsopvang 89,19 procent. Aangezien de bezetting een invloed heeft op de subsidiëring, zal de mogelijkheid tot overbezetting er mee voor zorgen dat het organiseren van kinderopvang leefbaar blijft.

 

Ten tweede is de maatregel een relatief eenvoudige manier om een aantal bijkomende plaatsen binnen de kinderopvang te creëren. De bestaande plaatsen worden immers optimaler bezet.

 

Ten derde maakt occasionele overbezetting het mogelijk om flexibel in te spelen op plotse en dringende vragen van ouders. De arbeidsregeling van werkende ouders is niet altijd even voorspelbaar en nu moeten ze vaak voor een vooraf niet ingeplande opvangdag op zoek naar een andere organisator. Het gebeurt ook dat (aanstaande) ouders ergens een plaats vinden voor hun kind, maar niet voor een bepaalde dag in de week, waarvoor zij dan – tijdelijk of voor een langere periode – moeten uitwijken naar een ander initiatief.

 

Door een beperkte overbezetting op bepaalde momenten of dagen toe te staan, maken we het mogelijk om de bezetting binnen de groepsopvang beter te doen aansluiten bij de (vergunde) capaciteit én kunnen organisatoren de nodige flexibiliteit bieden en beter omgaan met fluctuaties in het gebruik (bijv. in vakantieperiodes).

 

Katrien Schryvers diende haar conceptnota in vlak voor de kerstvakantie en vraagt daarover een hoorzitting in de commissie Welzijn om op basis daarvan werk te maken van een decretaal initiatief.