CD&V wil uniform premiesysteem voor zorggerelateerde woningaanpassingen

25-08-2017
-
Nieuws over wonen

Vlaams volksvertegenwoordiger Katrien Schryvers wil de aanpassingspremies vanuit het VAPH en Wonen-Vlaanderen omvormen tot een nieuw systeem. Het onderscheid tussen de twee is nu  heel verwarrend, waardoor mensen premies mislopen. Mensen hebben nood aan duidelijkheid om datgene waar ze recht op hebben helemaal te kunnen verzilveren. Concreet pleit Schryvers voor vereenvoudiging, een meer gelijke behandeling voor iedereen met een zorgnood en een onderscheid tussen aanpassingen voor structurele verbeteringen aan een woning en aanpassingen met het oog op het langer thuis kunnen wonen omwille van beperkingen of een zorgnood.

 

Het welzijnsbeleid streeft ernaar mensen zo lang mogelijk thuis te kunnen laten wonen, ook als ze zorgbehoevend of minder mobiel zijn. Dat vraagt inspanningen op het vlak van thuis- en gezinszorg en mantelzorg, maar ook op het vlak van wonen. Heel wat hulpmiddelen of aanpassingen aan de woning kunnen het zelfstandig wonen voor mensen die extra zorg nodig hebben en voor mensen met een beperking comfortabeler maken. Denk aan aangepast sanitair, het wegwerken of overbruggen van drempels en niveauverschillen in een woning, de betere bereikbaarheid van verdiepingen, het plaatsen van een traplift,  het plaatsen van handgrepen en het verbreden van deuropeningen.

 

Dergelijke aanpassingen gaan gepaard met extra kosten. Zowel Wonen-Vlaanderen als het  Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) bieden daarvoor aanpassingspremies aan. Deze premies dragen dezelfde naam en dienen tot zeer vergelijkbare doelen, maar stellen verschillende voorwaarden en dat is heel verwarrend. Naast de aanpassingspremies bestaan er bovendien de verbeterings- en de renovatiepremie, die ook van toepassing zijn voor aanpassingen aan een woning. Voor de aanvrager is het bijgevolg niet altijd duidelijk op welke premie of tussenkomst hij al dan niet recht heeft en waar hij deze dient aan te vragen. Dat verschillende instanties daarbij ook nog eens verschillende procedures en toekenningscriteria gebruiken, draagt in grote mate bij tot die onduidelijkheid.

 

Mensen moeten heel wat studiewerk verrichten om uit te zoeken waar zij recht op hebben. Het gevaar is reëel dat mensen bepaalde tegemoetkomingen waar zij recht op hebben, toch mislopen.

 

In haar conceptnota ter zake pleit volksvertegenwoordiger Schryvers voor een helder tweesporensysteem: één stelsel voor ondersteuning die te maken heeft met woningaanpassingen met het oog op het zo lang mogelijk comfortabel thuis wonen, en één stelsel voor ondersteuning die te maken heeft met het verbeteren van de kwaliteit en de structuur van een woning. Het eerste stelsel valt dan onder het beleidsdomein Welzijn en het tweede onder het beleidsdomein Wonen.

 

Schryvers pleit er bovendien voor om alle aanpassingswerkzaamheden met het oog op langer thuis wonen die voor subsidiëring in aanmerking komen, op te nemen in één overzichtelijke lijst. Alleen al die aanpak kan het systeem efficiënter maken en maakt het voor mensen veel eenvoudiger de weg te vinden naar de premies waar zij recht op hebben.

 

Voor wat de toegang tot de aanpassingspremie betreft, schuift de conceptnota twee criteria naar voor. Het eerste criterium betreft een VAPH-erkenning. Het spreekt voor zich dat de zelfstandigheid van mensen met een beperking gebaat kan zijn bij aanpassing van de woning. Daarbij moeten we onderzoeken of de voorwaarde voor VAPH-erkenning leeftijdsonafhankelijk kan worden gemaakt. Het tweede criterium is een leeftijdsgrens en speelt in op het feit dat met de leeftijd ook de kans op gezondheidskwaaltjes en een verminderde mobiliteit toeneemt.

 

De aanpassingspremie van het VAPH is niet gebonden aan voorwaarden met betrekking tot het inkomen van de aanvrager. Wonen Vlaanderen daarentegen stelt wel inkomensvoorwaarden. Het feit dat die inkomensgrenzen zeer absoluut worden gehanteerd, wordt terecht als onrechtvaardig aangevoeld.

 

Voor de aanpassingspremie die momenteel inkomensgerelateerd is, wil Schryvers onderzoeken in hoeverre het hanteren van absolute inkomensgrenzen alvast kan vervangen worden door een systeem van meerdere inkomensgrenzen.  Zo’n taperingsysteem moet voorkomen dat mensen niet langer een subsidie aan zich voorbij zien gaan, omdat ze één euro boven de toegelaten inkomensgrens uitkomen.

 

Als we mensen zo lang mogelijk in de eigen woning of omgeving willen laten wonen, ongeacht hun zorgnood, en verder werk willen maken van vermaatschappelijking van zorg, moeten we zorgen voor een eenvoudig en transparant systeem van ondersteuning wanneer woningaanpassingen nodig zijn. Met onze conceptnota willen we een eerste stap in die richting zetten.