Kan gezinsopvang nog aantrekkelijk zijn?

12-04-2017
-
Nieuws over kinderen

Met meer dan 40.000 zijn ze, de kinderen die in Vlaanderen naar de gezinsopvang gaan en vandaag opgevangen worden door ongeveer 5.600 onthaalmoeders of -vaders. Een keuze van ouders voor gezinsopvang is een keuze voor opvang in een gezinscontext. Het laat kinderen opgroeien in een huiselijke en kleinschalige omgeving die de nodige geborgenheid biedt. Gezinsopvang en de onthaalouders zijn voor CD&V dan ook van onschatbare waarde, ze verdienen alle waardering en erkenning.

 

Toch is het op vandaag niet evident gebleken om gezinsopvang blijvend op de kaart te zetten. Het aantal onthaalouders kent de laatste jaren een dalende trend. Waar er in 2010 nog 31.905 (gezins)opvangplaatsen waren, daalde dat aantal naar 30.703 in 2015. In 2015 zijn 600 initiatieven gestopt en ongeveer 400 zijn gestart. Ook het aantal zelfstandige onthaalouders daalde in de periode 2010-2013 van 1.067 naar 819 voorzieningen. Een spijtige evolutie, niet alleen gezien de waarde van kleinschalige gezinsopvang voor de kinderen zelf, maar ook omdat de onthaalouders een belangrijke pijler zijn in het behalen van de doelstelling van de overheid om tegen 2020 aan elk kind dat behoefte heeft aan kinderopvang een kwaliteitsvolle en betaalbare plek aan te bieden. Het is dan ook heel terecht dat momenteel werk wordt gemaakt van een visienota over de toekomst van de gezinsopvang.

 

Daarbij is het van belang een volledig beeld te hebben van de werkomstandigheden van onthaalouders en de noden die daaraan gekoppeld zijn. De daling van het aanbod kent meerdere oorzaken: een grote uitstroom door pensioen, het zien van kinderopvang als tijdelijke beroepsactiviteit, de drempel om de eigen gezinswoning daarvoor open te stellen, de (administratieve) eisen van de overheid en de ouders, de hoge werkdruk, lange werkdagen en inkomensonzekerheid. Het is zaak op deze elementen in zijn geheel in te zetten.

 

Ik denk daarbij ook aan vernieuwende initiatieven, zoals onthaalouders die samenwerken. Deze formule kan een oplossing bieden voor zij die het als een drempel zien om de opvang in de eigen gezinswoning te organiseren. Nu vormt het een probleem dat volgens de RSZ-reglementering onthaalouders hun activiteit niet mogen uitoefenen in een andere woning dan de eigen gezinswoning. Dat is echter een heel beperkende interpretatie van de federale wetgeving. Vlaanderen heeft de wetgeving ter zake steeds – mijns inziens terecht – benaderd in die zin dat kleinschalige (gezins)opvang mag doorgaan in een woning die gezinsvriendelijk is ingericht. Een veralgemening van de Vlaamse zienswijze is volgens mij absoluut aangewezen.

 

Samenwerkende onthaalouders kunnen elkaar ook op verschillende vlakken versterken. Zo hebben zij meer mogelijkheden om uren op elkaar af te stemmen en vinden ze een gesprekspartner in een collega. Op vandaag botst de formule van samenwerkende onthaalouders echter op te veel reglementaire drempels. Zo  worden ze als groepsopvang beschouwd, terwijl ze door de kleinschaligheid en de huiselijke sfeer feitelijk meer aanleunen bij de gezinsopvang. Via een aanpassing van de regelgeving kan de overheid deze vorm van opvang meer mogelijk maken en stimuleren.

 

Daarnaast startte begin 2015 een proefproject waarbij een aantal kinderbegeleiders (onthaalouders) als bediende in thuisarbeid werden tewerkgesteld. Intussen werd dit project verlengd tot einde 2018. Dit moet de gelegenheid bieden een volledig zicht te krijgen op de (financiële en fiscale) implicaties van een werknemersstatuut enerzijds en de effecten van uit te voeren verbetervoorstellen anderzijds. Ook op dit vlak is innovatie zeker welkom.

 

Op vlak van administratieve lastenverlaging werden al heel wat stappen gezet. Zo werden bepaalde vergunningsvoorwaarden versoepeld. Het is belangrijk verder te gaan op die ingeslagen weg. Daarenboven moeten verworven competenties als onthaalouder kunnen kaderen in een breder carrièrepad.

 

Willen we naar de toekomst toe gezinsopvang blijven garanderen, dan zal het zaak zijn mensen aan te moedigen zich hiervoor blijvend in te zetten.  Dat hierbij gerust mag afgeweken worden van platgetreden paden, bewees eerder deze week de stad Roeselare, met het initiatief om  grootouders die kleinkinderen opvangen mee in te schakelen in de kinderopvang. Al roept dergelijk initiatief natuurlijk vragen op, wat alleszins positief is, is dat we samen – Vlaanderen, lokale besturen, initiatiefnemers en ouders – nadenken over de manier waarop we die gezinsopvang naar de toekomst toe vorm kunnen geven.

 

Veel ouders kiezen voor  gezinsopvang omwille van de persoonlijke aanpak en de  huiselijke sfeer. Wondermiddelen bestaan niet om de dalende trend om te keren, maar met een aantal gerichte beleidsmaatregelen en een open blik kunnen we er zeker voor zorgen dat ook deze vorm van kinderopvang in de toekomst gegarandeerd blijft.