Meer inspanningen nodig om toegankelijkheid openbaar vervoer te verhogen

27-02-2016
-
Nieuws uit Zoersel

Van de 40.000 haltes die De Lijn in Vlaanderen telt, zijn er volgens een ruwe schatting slechts 3,5% toegankelijk voor personen met een handicap. Om hierop een meer correct zicht te krijgen, wordt momenteel werk gemaakt van een inventarisatie. Ook veel bussen en trams zijn nog niet aangepast voor mensen met een beperking. Dat leerde Katrien Schryvers uit het antwoord op verschillende parlementaire vragen die ze hierover stelde aan minister Weyts.  Zij doet een oproep naar de wegbeheerders om veel actiever in te zetten op de aanleg van toegankelijke haltes.

 

Een halte van het openbaar vervoer wordt als toegankelijk beschouwd als het perron verhoogd is, de doorgang op het perron voldoende breed en obstakelvrij is, en het oppervlak van het perron voldoende effen, aangesloten en slipvrij is, en voorzien van een geleidelijn en opstapvlak in rubbertegels.

 

Om een duidelijk beeld te krijgen over de toegankelijkheidsstatus van de haltes, wordt momenteel een tool ontwikkeld. Aan de hand van die tool zullen de haltemannen van De Lijn tijdens de eerste helft van 2016 de toegankelijkheidsstatus van de haltes op een eenduidige en uniforme wijze in kaart brengen. Op basis van die nulmeting kan dan verder werk gemaakt worden van het aanpassen van de haltes voor mensen die minder mobiel zijn.

 

Bij het beoordelen van de toegankelijkheid wordt een onderscheid gemaakt tussen haltes die toegankelijk zijn voor personen met een motorische beperking, voor personen met een motorische beperking mits assistentie, en voor personen met een visuele beperking. Dat is belangrijk, wanneer de toegankelijkheidsstatus van de haltes via o.a. een koppeling aan de routeplanner, brochures, websites en borden aan de haltes kenbaar wordt gemaakt, kunnen gebruikers die minder mobiel zijn hun route beter plannen en is de kans kleiner dat ze voor onaangename verrassingen komen te staan. Nóg meer toegankelijke haltes verhogen de mobiliteitsmogelijkheden voor mensen die minder mobiel zijn natuurlijk nog meer.

 

Het komt aan de wegbeheerders toe om bij de heraanleg van straten rekening te houden met de toegankelijkheid van daar aanwezige haltes van bus of tram. De Lijn stelde daarvoor een gids samen met praktisch toepasbare principeontwerpen, die is afgestemd op de richtlijnen van het Agentschap Wegen en Verkeer.

 

Het volstaat niet om enkel de haltes toegankelijk te maken, ook de voertuigen zelf  moeten aangepast zijn. Eind 2014 waren 77% van de bussen en 34,8% van de trams toegankelijk, zo bleek ook uit het antwoord van minister Weyts. Wel positief is dat alle  159 bussen en 30 trams die in 2015 nieuw geleverd werden van het toegankelijke type zijn.

 

Provincie Antwerpen

In de provincie Antwerpen bedient De Lijn in totaal 6.742 haltes. Daarvan worden er 3.226 beheerd door het Vlaamse Gewest. De andere, ruim de helft dus, vallen onder de verantwoordelijkheid van andere wegbeheerders, meestal de gemeenten.

Met een toegankelijkheidspercentage van ongeveer 3,5% in algemeenheid, komen we voor onze provincie uit op amper 236  toegankelijke haltes.

 

Katrien roept alle wegbeheerders op om niet alleen bij de heraanleg van een weg werk te maken van toegankelijke haltes, maar hierin een actief beleid te voeren. Het is spijtig dat in Vlaanderen geen specifiek programma bestaat voor de (her)aanleg van toegankelijke haltes, en dat dit enkel wordt bekeken bij een heraanleg of herinrichting van de weg. Met het oog op inclusie moet iedereen op een vlotte en veilige wijze van het openbaar vervoer gebruik kunnen maken. Werk maken van integrale toegankelijkheid komt overigens niet alleen ouderen of mensen met een beperking ten goede, ook voor kleine kinderen of mensen met een kinderwagen kan het verplaatsingen heel wat aangenamer maken.