Nieuwe interlandelijke adoptie zet in op betere samenwerking, zorg voor kandidaat-ouders en strijd tegen kinderhandel

19-11-2017
-
Nieuws over kinderen

Sedert het decreet van 2012 wijzigde de context van interlandelijke adoptie sterk. Ook de nood aan een nieuw kader om zoveel mogelijk onzekerheden en misbruiken te vermijden, drong zich steeds meer op. Om hierop een antwoord te bieden, hebben de meerderheidspartijen in het Vlaams parlement nu een voorstel van decreet en een voorstel van resolutie klaar.

 

In 2012 kwam er een nieuw decreet houdende interlandelijke adoptie van kinderen. De thematiek evolueert echter dermate snel, dat nieuwe regelgeving zich opdringt. Niet alleen is het aantal interlandelijke adopties sterk gedaald (van 122 in 2012 tot 62 in 2016), wat de organisatie van de adopties sterk beïnvloedt, meermaals kregen we te maken met vragen en onduidelijkheden in bestaande kanalen. Interlandelijke adoptie loopt nu te vaak fout. Met deze hervormingen pakken we de problemen aan die we op Vlaams vlak kunnen regelen. We beseffen dat daarmee niet alles is opgelost. De meerderheidspartijen stellen daarom een aantal hervormingen voor.

 

Eén dienst voor maatschappelijk onderzoek

Vlaanderen telt drie diensten voor maatschappelijk onderzoek interlandelijke adoptie, nl. in Brussel, Hasselt en Gent. In de toekomst zullen deze diensten ook de maatschappelijke onderzoeken voor de binnenlandse adopties moeten uitvoeren. Dit betreft echter een beperkt aantal. Gezien het beperkt aantal dossiers en het verschil in de hoeveelheid behandelde dossiers is het aangewezen alle expertise onder te brengen bij één dienst. Dat levert ongetwijfeld efficiëntiewinsten op. Daarenboven zullen mogelijke verschillen tussen de diensten aangaande beoordeling van de dossiers dan tot het verleden behoren.

 

Stappen naar één centrale wachtlijst

Het gebeurt dat een adoptiedienst of het Vlaams Centrum voor Adoptie de samenwerking met een adoptiekanaal of een -dienst in het buitenland opschort of stopzet. Dat kan gebeuren wanneer er twijfels zijn over de integriteit of wanneer de wetgeving in het desbetreffende land verandert. In dat geval moeten kandidaat-adoptieouders de mogelijkheid krijgen om over te stappen naar een ander adoptiekanaal, zonder weer helemaal achteraan de wachtlijst te moeten belanden. Dit geldt ook wanneer het kanaal als niet-actief wordt beschouwd, dat wil zeggen dat er sedert twee jaar geen adopties meer binnen dat kanaal verwezenlijkt zijn.

 

Inzagerecht

Vanaf de leeftijd van twaalf jaar heeft de geadopteerde recht op inzage van zijn adoptiedossier. Wie jonger is, kan ook toestemming krijgen tot inzage van zijn of haar dossier, rekening houdend met de maturiteit van de betrokkene. Wanneer het gaat over interlandelijke adoptie moet de geadopteerde zijn verzoek richten aan de Vlaamse adoptieambtenaar. Wanneer het gaat over binnenlandse adoptie is de adoptiedienst het aanspreekpunt. We stemmen deze bepalingen nu meer op elkaar af. Dat maakt dat inzage in het dossier van een interlandelijke adoptie voortaan kan gebeuren bij zowel het Vlaams Centrum voor Adoptie als bij de adoptiedienst.

 

Bijstand

Het adopteren van een kind is niet  gemakkelijk en de weg ernaartoe is lang en emotioneel. Het is dan ook enorm belangrijk dat (kandidaat-)adoptanten op psychosociale bijstand kunnen rekenen in elke fase van het adoptieproces.” De volksvertegenwoordigers zien daarin een taak weggelegd voor de adoptiediensten.

 

Nazorg door Steunpunt

Wanneer een kind geadopteerd is, wordt voorzien in nazorg en verdere ondersteuning en hulpverlening als dat nodig blijkt. Sommige adoptie-ouders of geadopteerden kloppen hiervoor liever niet aan bij de adoptiedienst zelf. Nazorg moet daarom ook een taak zijn van het Steunpunt Adoptie. Adoptanten en geadopteerden hebben daardoor de keuze tot wie ze zich richten. Dat betekent dat de taak van het Steunpunt Adoptie zich niet meer zal beperken tot louter het optreden als informatiepunt inzake nazorg.

 

Ethische reflecties

Soms rijzen er vragen over de (eventuele) adoptie van kinderen met special needs of kinderen boven de leeftijd van zes jaar. Diensten ervaren dan de nood aan een ethische toetsing, die een en ander transparanter kan maken. Daarom krijgt het raadgevend comité bij het Vlaams Centrum voor Adoptie de opdracht om ethische reflecties uit te brengen omtrent algemene vragen met betrekking tot interlandelijke adoptie. Dat betekent dat in het raadgevend comité ook een ethicus moet zetelen.

 

Naast deze concrete voorstellen tot wijziging van de regelgeving, richten de meerderheidspartijen een aantal vragen aan de Vlaamse regering die ertoe moeten leiden de procedures omtrent interlandelijke adoptie te vereenvoudigen door betere afstemming tussen het Vlaamse en het federale niveau enerzijds en anderzijds meer garanties in te bouwen voor wat betreft de middelen die de kandidaat-adoptanten betalen voor projectsteun.

 

Projectsteun

Kandidaat-adoptieouders die begeleid worden door een interlandelijke adoptiedienst en die het geluk hebben een kind te kunnen adopteren, betalen daarvoor een bedrag als tegemoetkoming in de werkingskosten van de adoptiedienst. Daarnaast moeten zij meestal ook een bedrag betalen voor projectsteun, dat vaak aanzienlijk is. In heel wat herkomstlanden is de betaling van deze projectsteun inherent aan de adoptie. In een aantal gevallen gaat het om een vast bedrag, te betalen aan de autoriteiten. In andere landen gaat het eerder om een bijdrage, te betalen aan de projecten die door de betrokken instelling of het weeshuis waarmee men in het herkomstland samenwerkt, worden opgezet. Gevraagde bedragen variëren in de tijd en adoptiediensten vragen naar meer steun, omdat er vanuit andere landen meer wordt betaald. Momenteel is het vaak niet mogelijk sterke garanties in te bouwen over de besteding van dat geld. Er bestaan te weinig middelen om na te gaan of dit echt ten goede komt aan de kinderen waarvoor het bestemd is. Bovendien ervaren de diensten vaak een opbod tussen de verschillende diensten. Het risico dat dan betaald wordt voor een kind, is dan niet ondenkbeeldig. Daarom vragen we de Vlaamse Regering te onderzoeken of er een internationaal draagvlak gevonden kan worden om een fonds op te richten waarin de projectsteun van de adoptanten wordt verzameld. Internationaal kunnen dan afspraken gemaakt kunnen worden met betrekking tot de besteding ervan.

Bijkomend voordeel van te werken met een fonds is dat betaalde bedragen, net zoals andere ontwikkelingssteun, fiscaal in rekening zouden kunnen worden gebracht. 

 

Samenwerking federaal en regionaal niveau

Het Vlaams Centrum voor Adoptie is de afdeling binnen Kind en Gezin die optreedt als centrale autoriteit inzake interlandelijke adoptie. De taken van het VCA zijn onder meer de registratie van de adoptanten, advies verlenen en informatie verstrekken, adoptiediensten begeleiden, kanaalonderzoek uitvoeren, structureel overleg organiseren tussen alle betrokken partners uit het adoptiewerkveld. De Federale Centrale Autoriteit voor adoptie gaat na of een adoptie conform de voorgeschreven procedure tot stand kwam en of de adoptie niet manifest tegen de openbare orde is. We beseffen dat enkel op Vlaams vlak optreden niet genoeg is om ongelukken, zoals vorig jaar in Oeganda, te vermijden. Daarom willen we een veel betere samenwerking met het federale niveau. Dat gaat zowel over het ministerie van Justitie als de Dienst Vreemdelingenzaken en het ministerie van Buitenlandse Zaken, die veel eerder moeten betrokken worden. Het kan niet dat interlandelijke adopties fout lopen omwille van een gebrek aan coördinatie hier.

 

Contactpersonen

Om de goede relaties met bijvoorbeeld weeshuizen in stand te houden en voor de afhandeling van de dossiers in de herkomstlanden, werken de adoptiediensten met contactpersonen. Het spreekt voor zich dat de betrouwbaarheid van deze mensen essentieel is om adoptie volledig los te koppen van financieel winstbejag. We vragen aan de Vlaamse regering dan ook om overleg te organiseren met de federale overheid om te komen tot een mogelijke controle van contactpersonen in de herkomstlanden. De Belgische ambassades hebben daar immers meer contacten dan de adoptiediensten.

 

Communicatie

De meerderheidspartijen vragen het Vlaams Centrum voor Adoptie ook om een communicatietraject uit te zetten met kandidaat-adoptanten. Dat is in het bijzonder belangrijk wanneer onvoorziene situaties zich voordoen. Het adoptieproces is heel emotioneel, dat hoeft niet nog eens verzwaard te worden door hiaten in de communicatie.

 

Samenwerking adoptiediensten

Momenteel zijn er in Vlaanderen drie adoptiediensten werkzaam (FIAC-Horizon, Ray of Hope en Het Kleine Mirakel). Elk van hen bemiddelt echter maar voor een beperkt aantal dossiers. Dat heeft repercussies op de deskundigheid en de mogelijkheden tot  het inzetten van personeel. Bovendien heeft elke dienst eigen wachtlijsten per buitenlands kanaal. De volksvertegenwoordigers vragen de Vlaamse Regering dan ook een traject uit te stippelen dat de verschillende adoptiediensten aanspoort hun werking beter op mekaar af te stemmen en te onderzoeken hoe in samenspraak met de bestaande adoptiediensten een nauwe samenwerking gerealiseerd kan worden om te komen tot eenvormigheid inzake wachtlijsten en kanalen.​ “Het komt erop aan de deskundigheid te bundelen en meer gelijkheid te creëren tussen de kandidaat-adoptanten, zowel voor wat betreft de screening als voor de wachttijd die ze moeten doorlopen. Uiteraard dient bij intensievere samenwerking steeds de continuïteit van de werking, de adopties, de contacten met en de controle over de verschillende kanalen gewaarborgd te blijven.