Persoonlijker begraven op natuurbegraafplaatsen

22-03-2018
-
Nieuws uit Zoersel

Afscheidsplechtigheden worden steeds persoonlijker ingevuld. Dit geldt ook voor de manier van begraven.  Zo willen sommige mensen graag dat hun as wordt uitgestrooid in een natuurgebied, of in een afbreekbare urne wordt begraven in een bos. Tot voor kort liet de regelgeving dit echter niet toe. Vlaams volksvertegenwoordiger Katrien Schryvers maakte een voorstel van decreet op dat gemeenten meer autonomie geeft om extra mogelijkheden te creëren. Dit voorstel van decreet werd in oktober 2016 unaniem goedgekeurd in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement. Zo kunnen lokale besturen beter inspelen op de maatschappelijke vragen over het begraven en uitstrooien van stoffelijke overschotten.

 

Het aantal crematies zit al jaren in stijgende lijn. In 2016 werden in Vlaanderen 41.657 mensen gecremeerd. Dit is 68,89 procent van het aantal overlijdens. Nabestaanden kunnen de assen dan bijzetten in een columbarium of in een urnenveld, of laten uitstrooien op de strooiweide op de begraafplaats. Steeds vaker ook nemen nabestaanden de as van een overledene mee naar huis. Dat mag, maar er is daarna zeer weinig controle over de bestemming van de as. Wat vóór het nieuwe decreet toegelaten was, was uitstrooien of begraven op privaat domein, maar niet op openbaar domein. Nochtans willen heel wat mensen hun laatste rustplaats in de natuur. Zo bevestigde minister Schauvliege in antwoord op een parlementaire vraag van Schryvers dat boswachters regelmatig vaststelden dat  assen werden uitgestrooid in een park of bos.  Maar ook uitstrooiing in  een rivier, in de duinen of een andere openbare plek behoort soms tot de laatste wil van een overledene.

 

Het decreet van 2016 bracht praktijk en regelgeving met elkaar in het reine, en creëerde we meer mogelijkheden voor mensen. Met het decreet van Schryvers krijgen gemeenten de vrijheid om zones op het openbaar domein aan te duiden waar assen kunnen worden uitgestrooid of begraven in een afbreekbare urne. Vroeger kon dat alleen maar op de gemeentelijke begraafplaats, op het grondgebied van de aan België grenzende territoriale zee of op privégrond. Vanaf nu kunnen gemeenten - die het best geplaatst zijn om hierover te beslissen - aanduiden in welke zones van het openbaar domein dit mogelijk wordt.

 

Begraven kan natuurlijk alleen maar in biologisch afbreekbare urnen, vervaardigd uit organische materialen. De urne na verloop van tijd vergaan, waarbij zij samen met de as wordt opgenomen in de natuur. Daarbij is het ook mogelijk dat in het deksel van de urn een zaadje of stekje van een plant of een boom wordt geplaatst, zodat er op de plaats van  de begraving zelfs een herdenkingsbos zou kunnen ontstaan.

 

Intussen heeft het Agentschap Natuur en Bos een richtlijn uitgewerkt die ANB zal gebruiken bij de beoordeling van aanvragen van steden en gemeenten tot inrichting van een natuurbegraafplaats op bos- of natuurlocaties. De richtlijn geeft een duidelijk beeld van het juridisch kader en van mogelijke oplossingen.

 

Zoersel is de eerste gemeente die een machtiging heeft gekregen voor uitstrooiing van assen of begraving van afbreekbare urnen in een bos in uitvoering van het decreet.

Ook in Lanaken loopt een proefproject. Daar zouden inwoners vanaf november hun overleden geliefde op natuurbegraafplaats Eygelshof kunnen gedenken. In een bosgebied in Rekem zal crematieas uitgestrooid kunnen worden of begraven in een afbreekbare urne.

 

Schryvers is tevreden dat het decreet nu uitwerking krijgt: Niet alleen krijgen de gemeenten een zo groot mogelijk beslissingsvrijheid, ik ben er ook zeker van dat we zo tegemoet komen aan een vraag van heel wat mensen die kiezen voor een laatste rustplaats in de natuur. Een vraag die is ingegeven vanuit het geven van een persoonlijke toets daaraan, maar ook vanuit bekommernissen omtrent het milieu. Ik hoop dan ook dat andere gemeenten zullen volgen.

 

Schryvers is al langer begaan met het onderwerp. In 2013 hield zij over begraafplaatsen en lijkbezorging een bevraging bij alle Vlaamse lokale besturen. Ook daaruit bleek dat assen die mee naar huis worden genomen zelden of nooit worden teruggebracht, maar waarschijnlijk ergens werden uitgestrooid.

 

De nieuwe vrijheid die de gemeenten nu krijgen, schept ook meer mogelijkheden voor het aanleggen van sterretjesweiden. Een ander parlementair initiatief van Schryvers maakte het mogelijk om alle levenloos geboren kindjes te begraven of om hun assen te laten uitstrooien, ongeacht de zwangerschapsduur. Voordien was dat maar mogelijk vanaf een zwangerschap van 12 weken. Sommige gemeenten leggen hiervoor op de begraafplaats een sterretjesweide aan, maar lang niet overal is er een aparte plek voorzien waar ouders van levenloos geboren kindjes die kindjes een laatste rustplaats kunnen geven. Waar er bijvoorbeeld op de begraafplaats zelf geen plaats voor is, zou een sterretjesweide of een sterretjesbos nu ook op een andere publieke plaats in de gemeente gecreëerd kunnen worden.