hoofdfoto

NA DE DOOD. VOORSTELLEN VOOR MODERNISERING VAN DE REGELGEVING.

De voorbije decennia is de wijze waarop we omgaan met de dood sterk geëvolueerd. De impact van religie wordt steeds kleiner en er is steeds meer vraag naar persoonlijke voorkeuren. De wetgeving daarentegen hinkt achterop bij deze maatschappelijke veranderingen. Vlaams volksvertegenwoordiger Katrien Schryvers beoogt daarom een actualisering van de regelgeving.
Om haar voorstellen kracht bij te zetten, consulteerde ze d.m.v. een enquête alle Vlaamse steden en gemeenten. De respons was met 243 antwoorden (78,9%) verrassend groot. “Een duidelijk teken dat de problematiek overal leeft en een bewijs dat er werk aan de winkel is,” aldus Schryvers.

As mee naar huis
Steeds meer mensen nemen de as van een overledene mee naar huis. Er is echter weinig controle op hoe de as daarna wordt behandeld en of de as, zoals decretaal verplicht, na bewaring wordt teruggebracht.
Het behouden van de decretale verplichting tot teruggave van de as is bijgevolg weinig zinvol. Dat neemt niet weg dat respectvol moet omgegaan worden met het stoffelijk overschot. Teruggave aan de gemeente moet altijd mogelijk blijven.

Enkel een kist of ook bloemen?
Wanneer geen nabestaanden kunnen gevonden worden of wanneer de nabestaanden of de overledene geen middelen hebben om de begrafenis te bekostigen, is het de taak van de gemeente om een begraving te organiseren. In de praktijk bestaan hierin grote verschillen. Zo varieert het maximumbedrag dat een gemeente of OCMW hiervoor wil besteden van €180 tot €3.466. Sommige lokale overheden voorzien enkel een kist en de begraving ervan. Anderen organiseren ook een dienst en drukken rouwberichten en/of prentjes. Een minderheid van de gemeenten verzorgen zelfs een koffietafel en zorgen voor bloemen.
Een aantal minimumvoorwaarden moeten decretaal verankerd worden. Het voorzien van ten minste een naamplaatje bijvoorbeeld getuigt niet alleen van respect, het vergroot ook de kans voor nabestaanden om de overledene terug te vinden. Hetzelfde geldt voor het uithangen van een rouwbericht.


Grafrust
De regelgeving schrijft voor dat een graf minstens 10 jaar onberoerd moet blijven. Pas na het verstrijken van die termijn mag de gemeente het graf ontruimen. Maar andere decretale bepalingen maken dit principe van de grafrust echter steeds minder absoluut. Zo kan de burgemeester toestemming geven tot opgraving of kunnen nabestaanden de as die aanvankelijk op een begraafplaats werd bewaard, daarna toch nog mee naar huis nemen. En wat met de mogelijkheid tot het bijbegraven of het bijzetten van een urne?
Er zou duidelijkheid moeten komen over de vraag of de grafrust een recht is voor de overledene of voor de nabestaanden. En kunnen de nabestaanden er desgevallend afstand van doen? Onder welke voorwaarden dan en hoe komen die overeen met de verplichting van de gemeente om in de grafrust te voorzien?
Ook klinken er signalen dat 10 jaar te kort zou zijn. Een verlengde bewaring zou een oplossing kunnen bieden. Dat is minder star dan concessies van 50 jaar.

Lege graven
Concessies worden vastgelegd voor een termijn van 25 tot 50 jaar. Maar het gebeurt dat een concessie niet ‘volzet’ geraakt. Een begunstigde van een concessie is niet verplicht om erin begraven te worden. Hij kan voor een andere vorm of andere plaats van lijkbezorging kiezen en dit laten opnemen in de laatste wilsbeschikking.
Het lijkt dan ook aangewezen een oplossing te vinden voor deze onbenutte begraafplaatsen

Levenloos geboren, maar niet altijd begraven als een sterretje
Het decreet zegt dat ouders het recht hebben om vanaf een zwangerschapsduur van ten volle 12 weken hun kind dat levenloos werd geboren, te begraven of te cremeren. De wetgeving geeft echter geen uitsluitsel over vanaf wanneer het verplicht is om een levenloos geboren kind te begraven of te cremeren.
Wanneer ouders na een zwangerschapsduur van ten volle 12 weken niet zelf kiezen voor begraving of crematie van hun doodgeboren kind, zijn het doorgaans de ziekenhuizen die zich over het stoffelijk overschot ontfermen. Anderzijds willen ouders die hun foetus van minder dan 12 weken toch begraven of cremeren. De lokale overheden mogen autonoom beslissen hoe zij op zo’n vraag reageren.
Er moet duidelijk worden gesteld dat eenieder de kans heeft om zijn of haar kind dat levenloos geborden wordt te begraven of te cremeren, ongeacht de zwangerschapsduur.

Schrappen van verouderde regelgeving
Volgens de huidige regelgeving mag de burgemeester of zijn gemachtigde de kisting van het stoffelijk overschot van een overleden persoon bijwonen. “Ik zie geen reden waarom een burgemeester dit zou willen of moeten doen," aldus Schryvers, "Uit de bevraging van de Vlaamse steden en gemeenten blijkt bovendien dat deze mogelijkheid vrijwel nooit wordt toegepast."
Ook voorziet het huidige decreet de mogelijkheid om te begraven op een andere plaats dan de begraafplaats. De voorbije vier jaar werd echter geen enkele aanvraag in die zin gedaan.

Administratieve vereenvoudiging
Het voorleggen van een afzonderlijk medisch attest in geval van crematie is verplicht, maar overbodig. En er moet meer duidelijkheid komen in het verschil tussen een uitvaartcontract en een uitvaartverzekering.
Voor wat betreft het opgraven van een stoffelijk overschot wil Schryvers de willekeur van de burgemeester beperken. Nu mag de burgemeester enkel toestemming tot opgraving geven als de redenen ertoe ‘ernstig’ genoeg zijn. Maar welke redenen zijn objectief gezien ‘ernstig’ genoeg? Duidelijker en dus meer aangewezen zou zijn te bepalen dat het verlenen van toestemming tot opgraving door de burgemeester enkel geweigerd kan worden om redenen van hygiëne en volksgezondheid.

Het item werd niet gevonden.

Het item werd niet gevonden.